Afkomst naam Hoogboom

Hoogboom is één van de oudste gehuchten van Ekeren. Een eeuw nadat Ekeren in documenten wordt vermeld, verschijnt de naam Hoogboom. Dit gebeurt voor Ekeren de eerste maal in 1155 en voor Hoogboom in 1267. Beide plaatsen zijn evenwel ouder dan hun eerste vermelding in de documenten.

Hoogboom dankt zijn naam aan de voorname familie "van Hoogboom", die hier tijdens de 13de eeuw gevestigd was. Van deze familie kennen we Jan van Hoogboom en diens vader Godevaert.

Wie was Jan van Hoogboom ? 

Hij wordt vermeld in een oorkonde van 1267. Deze oorkonde, opgesteld in het Latijn, behoort tot het archief van de vroegere Sint‑Bernardsabdij te Hemiksem, die na de Franse Revolutie heropgericht werd te Bornem. Deze oorkonde behelst de goedkeuring van de tiendenverkoop door de heer van Breda aan de Sint‑Bernardsabdij van de cisterciënzers te Hemiksem. 

Jan van Hoogboom behoorde tot een familie van aanzien. Dit blijkt uit het feit, dat hij voorkomt als getuige in oorkonden. Zulks bleef toen enkel voorbehouden aan zeer voor­name lieden. In de oorkonde van 1267 staat aangegeven dat de familie "van Hoog­boom" woonde op een hoeve (mansus). Bij de andere personen, die in de oorkonde vermeld worden, spreekt men slechts over een simpele woonst (domus). Een hoeve in die tijd kwam zowat overeen met een klein kasteel later.

 

Waarom heette de familie "van Hoogboom" ? 

De oorkonde van 1267 noemt Jan van Hoogboom in het Latijn "de Hobonia". In 1277 komt de naam "de Hobome" voor. Nadien wordt de plaatsnaam in de volkstaal "Hoeboeme" en "Hoogboom". 

De bijbenaming "van Hoogboom" wijst op de hoge ligging van de bodem ofwel op een boom die op een hoogte stond aan de woonst van Jan van Hoogboom. De landhoogte strekte zich uit van de dorpskom of de Geest(en) te Ekeren in oostelijke richting, over de streek die nu Sint-Mariaburg heet, verder naar Hoogboom en naar Hoghescote (de oude benaming van Kapellen). Vooraleer er dijken gebouwd werden, lag de Ekerse landtong langs drie zijden omringd met het waterland: ten noorden had men het natte Muisbroek, ten westen Leerwijk en ten zuiden de (latere) Ekerse of Cardepolder. 

Opmerkelijk is wel dat we omstreeks de 13de eeuw in onze omgeving meer plaatsen aangegeven vinden met de bijbenaming "hoog". Te Ettenhoven (het latere Hoevenen) was er het "Hooghuis", dat aldaar bij de "Hogeweg" stond nabij het hoogland. Zoals we eerder reeds aan­gaven heette Kapellen toen "Hoghescote", zulks naar de hoger gelegen beschutting voor mens en vee. In het noordoosten van de Ekerse landtong of de "Geest" was er "Hoogboom" of de hoge bodem, waarop de woonst stond van Jan "van Hoogboom". 




Bronvermelding : Heemkring Hobonia